Na een lange rit op de fiets heb ik zin in koffie. Ik loop naar een grote witte kampeerbus. ‘Zou u misschien water voor mij willen koken?’. ‘Aber natürlich’ zegt de duitse vrouw door het luikje waarachter het keukentje zich schuil hield. Met een lach geef ik mijn kopje aan haar. Ik kijk naar de man die zich naar mij gekeerd op de bijrijdersstoel bevindt en hij krijgt nog een deel van mijn lach mee die de vrouw gecreëerd had. Na een korte analyse merkte ik op dat beide redelijk gezet zijn. De man heeft een sonde in zijn neus en ademt zwaar. Herkenbaar.

‘How is your holiday?’ vraagt de vrouw.
‘Geweldig! Ik ben met een vriend op de fiets het eiland aan het rondfietsen’.
Ze trekt haar oogleden wat op terwijl ze een pannetje volgiet met water.
‘But why with the bike? You can go by car!’
Ik probeer haar uit te leggen wat de reden is dat we op de fiets het land doortrekken.
Ik kom op woorden als kou, afzien, honger en verzuring. Ik geef haar gelijk dat haar oogleden nog geen millimeter zijn teruggezakt.
‘Dat is toch geen vakantie?’

Dit is een voorbeeld van hoe groot verschillen kunnen zijn. Alleen het woord vakantie kan totaal verschillend worden ingeschat. Voor haar is dat ontspanning en vriendelijk een kopje water aan de kook brengen. Voor mij is dat een combinatie van woorden die ik individueel gezien onmogelijk met vakantie kan linken. Toch is het zo voor mij, het is maar net vanuit welk perspectief ik ernaar kijk.

Dan wil ik terug naar mijn rol als Personal trainer. Het op één lijn krijgen van gedachten en elkaar begrijpen is een van mijn visies. Een goed overleg voorafgaand, gedurende en tijdens de evaluaties van trainingen zijn net zo belangrijk als de training zelf. Ik geloof niet in één vast trainingsschema waar niet vanaf geweken mag worden. Je lichaam is flexibel en daarom moet je trainingsschema dit ook toelaten. Een grote lijn stippelen we uit, maar aarzel nooit om gevoelens aan te geven die dit kunnen veranderen.

Waarschijnlijk zal de hartelijke vrouw in het busje het woord ‘Training’ ook anders omschrijven als ik zou doen. Dan zeg ik aan het eind van haar verhaal:
‘Dat is toch geen training?’

We pakken de afstemming vanaf het begin goed op, zodat we allebei kunnen zeggen:
‘Dat is pas een goede training!’