4:45 uur. De wekker gaat. Vandaag is de dag waar ik een jaar naartoe hebt geleefd. Mijn moeder zit na 5 minuten al klaar in de stoel om mij met de auto naar de start te brengen. Nog even een wit brood met honig, koffie, tasjes mee en daar gaan we.
Met de rijdersstoel rechts en de versnellingsbak links komen we, na een paar misgrepen van mijn moeder in het rechterportier (schakelen), veilig aan op de rotonde waar ze mij afzet. Kus, succes, en in de schemering loop ik naar de start.

Daar sta ik. Met mijn gelakte grote tenen in het zand (#mijnawesomevriendin), op de een in het lichtblauw met in het rood de letter R(ianne) erop en de andere een J(elle). Liefdevol; iets wat ik de komende 10 uur niet tegen mijn lichaam ga zijn.

Met mijn fluo badmuts kijk ik de klif omhoog, duizenden mensen staan er. Muziek, vlaggen, kreten. Opeens iedereen stil, en het volkslied van Wales klinkt, goosebumps…
Toeter! We mogen de zee in. 3,8km zwemmen. 4x een zoute hap water later (1:12uur) kom ik de zee uit. Ready to rumble nu, fietsen en lopen. Zigzaggend 1km door het stadje Tenby naar de transition zone. ‘Come on Yellah!’ En ‘Hell ass’ aanmoedigingen blazen mij door de stad.

Ellebogen op de kussentjes van mijn tijdritstuur, schouders inklappen om mijn aero houding zo goed mogelijk te maken. Tussen de 260-265 watt probeer ik aan te houden. Samen met trainer Peter Res heb ik een plan gemaakt. Ik hou mij eraan. Mijn benen gloeien van de vorm, inhouden is moeilijk, maar het lukt.

De tweede grote ronde, het plan verloopt perfect, maar ook al gaat alles perfect, het lijden komt in een Ironman, hoe dan ook. Het is begonnen. Welke pijn ga ik tegenkomen, wat is dit, waarom doe ik dit? Een klimmetje met stukken van 20%, dit doet zeer. Thank god dat ik mij aan mijn plan gehouden heb. Ik rijd iemand voorbij die naast zijn fietst loopt met benen zo stijf als een harkenpoppetje. Ik passeer iemand die precies op dat moment een luide brul geeft, ik gok kramp, ik hoor hem uitklikken en zijn gebrul verdooft in de achtergrond als ik verder rijd. Dit is overleven. Het volgende stuk kom ik door een enorme mensenmassa, er is precies 1 laantje qua ruimte over om te fietsen, ze brullen mij voort, ik voel zoveel energie en ondanks dat ik mensen rakelings passeer voel ik mij veilig en gesteund. Voor een moment voel ik de pijn in mijn benen niet meer. Dit gevoel mag eeuwig duren. Einde.

Een leeg stuk, afdaling, tijd om te pissen, in mijn broek welteverstaan. Die voortijdige angst om te schijten was onterecht, en ik had niet verwacht dat pissen in mijn broek zo comfi en dierlijk zou voelen. Hij ligt links, mijn linkervoet word langzaam warm.

‘Na 180km fietsen zou ik nog wel 10km kunnen rennen’ bedacht ik mij, maar een marathon? Nee dat niet. Met dit gevoel zou ik nu verlangen naar een stoel en een kop chocomelk om bij te komen. Waar is nog ergens een beetje energie in mijn lijf? Met het nummer ‘The 6th gate’ link: https://open.spotify.com/track/0Da1y3mpGkv1uPUBo0qT9V?si=9150aRptQCShj1yWzIllbQ’ in mijn hoofd weet ik zeker dat er nog iets moet zijn. Ik ga die draak temmen. Al is het alleen al om de hashtag Dragonslayer eer aan te doen.

De eerste meters word ik goed ingeleid door mijn ‘Nikies next%’ hardloopschoenen. link: https://www.run2day.nl/heren/schoenen/nike-vaporfly-next . Echt snel ga ik nog niet maar ik ga vooruit. De personal needs zijn aan het einde van ronde 1 na 10km. Hier is mijn voeding (bidons tjokvol Maurten, heilig spul link: https://www.run2day.nl/uni/voeding/test-pakket). Maar ik wil geen voeding over 10km. Ik wil NU. Twee mannen passeren mij, ik haak niet aan. Als zij met dat tempo succesvol uit de handen van een vleesetend monster blijven dan ben ik maar degene die word opgegeten. Daar heb ik vrede mee, ik heb mijn best gedaan… In mijn eigen tempo vervolg ik mijn weg. Bergop. Een vrouw passeert mij met een fietser erachter ‘3rd woman pro’ staat op zijn rug. Ik besluit haar tempo aan te nemen, heerlijk alleen maar volgen en zelf hersens uitzetten, als een mak lammetje achter moeder schaap aan.

Bij de eerste voorzieningspost pak ik een gelletje aan en wandel 3 stappen om mijn bekertje water goed op te drinken. Tijdens het rennen dien ik mijzelf constant kleine beetjes gel in mijn mond toe. De zoete smaak zorgt ervoor dat mijn hersenen kalm blijven, door de zoete smaak denkt “meneer brein” dat er brandstof aankomt.

Bergop heb ik het zwaar. Kleine pasjes. De inleiding van kramp in mijn linker hamstring, de spier die mijn armen in een knik houdt begint ook te verkrampen. Geen idee hoe die spier heet.
Bergaf zet ik mijn heupen los en maak mijn pas langer. “Sonic stijl” noem ik het zelf. ‘Damn this guy is going fast’ hoor ik iemand zeggen. Mijn Garmin horloge geeft 4:10pkm aan. Ik tik tegen een bordje aan dat een klein kind vasthoudt “tap here to get power” staat erop. Goed gevoel dit, onmenselijk.

Tijdens het lopen staan overal mensen. Nu vind ik het toch ongemakkelijker om in vol ornaat te gaan pissen. Ik probeerde het een paar keer rennend, hard denkend aan een grote boom in een weiland met plassende koeien om mij heen, geen effect, mijn blaas blijft op slot. Op een rustig stukje besluit ik te wandelen, nu lukt het. Nog steeds links hangend stroomt mijn pis langs mijn been mijn schoen in. Met een soppende schoen loop ik verder.

Laatste ronde. Nog 1x die kutberg omhoog rennen. Daarna is het binnen, naar beneden kan het niet meer misgaan. Bij het keerpunt bovenop de berg staat een redbull post. Ik pak een redbulletje en neem een slok. Geen vleugels, ik blijf op de grond.

Beneden kom ik aan in Tenby, het dorp waar deze slachting begon. Bomvol mensen langs de kant en iedereen moedigt mij aan, ik vraag mij af of mijn kippenvel daardoor komt of omdat mijn lichaam gewoon op is. Maakt niet uit, IK mag linksaf naar de finish, de rode loper op, over een paar seconden mag ik onder de Ironman boog doorlopen. Ga ik janken? Juich ik? Nee, intens geluk.
Ik vouw mijn handen achter mijn hoofd om extra lucht binnen te krijgen. Ik loop al richting de burgemeester die met een grote lach de zware medaille om mijn nek wil hangen…
Wat gebeurt er nu? Mijn benen zoeken naar balans, waar is de controle? Ik spreid mijn armen om evenwicht te houden, het helpt niet, de controle zakt steeds verder. Ga ik nu neer? Met mijn ellebogen op mijn knieën zoek ik steun, in slow motion voel ik aan beide kanten mannen mij weer omhoog trekken. Diepe teug adem. Ik ben er weer.

Ik zit hier nu. In Groningen mijn blog te schrijven in een cafe met een cappuccino en 2 paracetamol in mijn lijf. Ik heb alles gegeven, er zat niks meer in. Of ik tevreden ben? Ja! Of ik nu al uitkijk naar Hawaï? Ja! Ik ga mijzelf weer een beetje overschatten. Ik denk dat er meer inzit tegen die tijd. Met wat ingewikkelde wiskundige formules (#motivatie) geloof ik erin dat ik 48 minuten sneller kan gaan. Ooit.

Met een 2e plaats in mijn leeftijdscategorie heb ik mij officieel direct geplaatst voor de Ironman in Hawaï, Kona, 2020.